| Jon Bluming |
|
Johannes Cornelius ("Jon") Bluming is een Nederlandse meester in enkele traditionele Japanse vechtsporten (budo) met hoge graden in bojitsu Jon Bluming was een leerling van de pionier van het judo, de tandarts dr. G. F. M. Schutte ("opa Schutte") uit Haarlem. Hij trainde in 1950 aan het Koreaanse Judo College (KYC) in Seoel onder leiding van Choi In-Do en wijdde zich aan de traditionele Koreaanse vechtsport Taegkyeon. Jon nam actief deel aan de aan de Koreaanse oorlog als lid van de VN-strijdmacht en werd enkele malen gewond. Na die oorlog vervolgde hij zijn judo-training in Tokyo op aanbeveling van de gerenommeerde budo-historicus Donn F. Draeger. In 1958 werd hij toegelaten tot de beroemde Kenshusei, een speciale klas voor de 25 beste leden van het judo-instituut de Kodokan, dat in die tijd onder leiding stond van Kyuzo Mifune. In 1960 eindigde hij op de 3e plaats, achter de latere olympische kampioenen Akio Kaminaga en Isao Inokuna, bij de nationale olympische selectiewedstrijden, waarna hij een intensieve budo-studie begon: nihon-den kobudo onder Ichitaro Kuroda en Takaji Shimizu alsook Kyokushinkai karate onder Masutatsu Oyama, van wie hij meesterleerling werd. Jon Bluming was in 1964 in belangrijke mate betrokken bij de oprichting van de International Karate Organization (IKO). Jon Bluming publiceerde in 1967, samen met mede-auteur Kenji Kurosaki, twee standaardwerken (Kyokushinkai Karate 1/2) en in 1999 zijn biografie: The History of Jon Bluming. Daarnaast werkte Jon mee aan talrijke, voornamelijk Nederlandse filmproducties : Hoge hakken, echte liefde (1981), De inbreker (1972), Modesty Blaise (1966, UK), Moord in extase (1984), Naakt over de schutting (1973), De Ratelrat (1986, USA), Turks fruit (1973), De Vijf van de Vierdaagse (1974). |